De Nederlandse vrouwen gaan weer de zaal in

Voormalig OranjeLeeuwin Dyanne Bito zit ook bij de selectie. - Foto: KNVB Media

Nadat in 2009 de laatste wedstrijd werd gespeeld bleef het lange tijd stil rond het zaalvoetbalteam voor de vrouwen. Nu, met het oog gericht op het eerste officiële Europese kampioenschap in 2019, is er een serieuze doorstart. Bij de selectie zit onder andere oud-international Dyanne Bito, die de switch maakte van veldvoetbal naar zaalvoetbal. En mee wil naar dat eerste vrouwen-EK in de zaal.

KNVB Media  KNVB Media

146 interlands

Het was even wennen, maar daar stond ze dus ineens weer. In de zaal. “Zaalvoetbal is toch een fysieker spel met kortere afstanden en andere regels”, weet Bito. Twee jaar geleden stapte ze, na 146 interlands te hebben gespeeld voor Oranje, definitief van het veld. Dat ze nog niet klaar was met voetballen bleek al snel toen ze datzelfde jaar nog begon bij zaalvoetbalvereniging OS Lusitanos. Die switch was een logische, legt ze uit. “Ik zaalvoetbalde al toen ik begin twintig was. De sport ben ik altijd leuk blijven vinden. Mijn oud-zaalvoetbaltrainer vroeg vaak aan me of ik voor het volgende jaar al iets te doen had en zo niet, of ik dan weer wilde gaan zaalvoetballen.”

Dat ze opgeroepen zou worden voor het Nederlands zaalvoetbalteam was voor Bito een verrassing. “Niemand wist nog dat er een zaalvoetbalteam voor vrouwen zat aan te komen. Ik was op een avond aan het appen met een oud-teamgenootje, toen ze me vertelde dat ik geselecteerd was. Ik dacht toen dat ze een grapje maakte”, vertelt ze. “De volgende dag appte de huidige trainer me of ik mijn mail al had gelezen. Toen kwam ik er pas achter dat het serieus was. Supertof natuurlijk om hierbij te zitten.”

Dyanne Bito: “Supertof natuurlijk om hierbij te zitten.” – Foto: KNVB Media

Oprichting zaalvoetbalteam

In het verleden speelden de vrouwen geen eindtoernooien en kon het team niet toewerken naar een concreet doel. Vooral om die reden is er sinds 2009 geen vrouwenteam meer geweest, legt Marius Privée, coach van het huidige team, uit. Nu de UEFA bekend heeft gemaakt dat er in 2019 voor het eerst een Europees kampioenschap zal komen is er besloten om de draad weer op te pakken.

Eigenlijk werken we hier al sinds het begin van de Eredivisie voor vrouwenzaalvoetbal in 2011 naar toe”, blikt Privée terug. “Ik volg het zaalvoetbal voor vrouwen al vanaf het begin. Als je bij wedstrijden aanwezig bent probeer je al in beeld te krijgen wie er in vorm zijn, wie fit zijn en wie de nodige focus hebben om eventueel mee te kunnen met een vrouwenteam. Op het moment dat de UEFA dan besluit dat er een Europees kampioenschap komt kun je meteen stappen gaan maken, omdat je al iets in kaart hebt.”

Aanpak

De aanpak voor het team is, met het oog op een kwalificatie, wel veranderd. Landen als Portugal, Spanje, Italië en Rusland hebben al jaren een vrouwen zaalvoetbalteam en dus in die zin een voorsprong op Nederland, beseft Privée. “In Spanje of Italië trainen de vrouwen twee keer per dag, dus als je je daaraan wilt optrekken zullen we fitter moeten worden in Nederland.”

Het trainingsschema van de vrouwen zal dan ook zwaarder worden dan vroeger, legt Privée uit. “Vroeger trainde je alleen op dagen dat je het hele team bij elkaar had, maar nu gaan we echt ergens naartoe om iedere dag twee keer te trainen.” Dat de intensiteit hoger is dan bijvoorbeeld in de Eredivisie, ervaart ook Bito. “We hebben een goede eerste training gehad. Je merkt het verschil tussen spelen bij je club en hier spelen. Het niveau ligt hoger en het is veel intensiever, omdat je met de beste Nederlandse zaalvoetbalsters speelt.”

Marius Privée is de coach van het zaalvoetbalteam voor vrouwen. – Foto: KNVB Media

Doelstelling

Naast dat er naar het Europees kampioenschap toegewerkt wordt, ligt de focus ook op het ontwikkelen van een speelwijze die goed past bij het Nederlandse team. “We willen die speelwijze zo inzetten dat de vrouwen professionaliseren in hun gedrag. Zodat ze zich echt gaan richten op een leven dat past bij topsport”, vertelt Privée.

Ook is het de bedoeling dat er door een nationaal team meer bekendheid van de sport wordt gecreëerd onder jongere meisjes. “Heel veel meisjes weten helemaal niet dat er een zaalvoetbal competitie is, of dat ze daaraan mee kunnen doen. Als ze zien dat ze uiteindelijk ook in het Nederlands zaalvoetbalteam kunnen komen, dan zullen ze misschien ook eerder gaan zaalvoetballen.”

Lang hoeft het team niet te wachten op een eerste beproeving. De eerste tweede uitdagingen, in de vorm van oefenwedstrijden, staan dit najaar al gepland.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*